A-lex

COVID-19: Strengere verplichtingen voor de werkgever vanaf 12 januari 2021

Gepost op 18/01/2021

Zoals de pers reeds te kennen gaf, heeft de overheid ‘in alle stilte’ de maatregelen om het coronavirus tegen te houden, verlengd tot 1 maart 2021.

 

De overheid heeft de maatregelen echter niet alleen verlengd, ze heeft ze, vooral naar de werkgever toe, ook uitgebreid.

 

De kans dat u als onderneming zal worden gecontroleerd door een sociaal inspecteur is zeer reëel. De controles worden enorm opgedreven en er worden extra inspecteurs ingezet.

 

Boetes kunnen worden opgelegd indien inbreuken op de COVID-19 regelgeving worden vastgesteld. Deze boetes kunnen oplopen tot 4.000 EUR per inbreuk (en te vermenigvuldigen met het aantal werknemers waarvoor de inbreuk wordt vastgesteld.)

 

Wij zetten voor u als werkgever de belangrijkste aandachtspunten op een rij, rekeninghoudend met het nieuwe ministerieel besluit dat op 12 januari 2021 werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

 

  1. Zorg in de eerste plaats voor een veilige werkomgeving die het risico op COVID-19 verspreiding zoveel als mogelijk beperkt. Dit betreft vaak een fysieke herorganisatie van uw onderneming.

Vertrek daarbij vanuit de generieke gids die in samenwerking met de FOD WASO werd uitgewerkt.

 

Verfijn de maatregelen aan de hand van de eventuele sectorgidsen en pas ze toe op maat van uw onderneming aan de hand van een risico-analyse COVID-19. Download de checklist preventiemaatregelen COVID-19 om na te gaan waar op gefocust wordt.

 

De essentiële zaken daarbij zijn uiteraard:

 

  • Social Distancing  (1,5 meter afstand van elkaar bewaren zowel naar personeel als naar klanten/leveranciers)
  • Hygiënemaatregelen (zoals o.a. handhygiëne, reiniging van de werkplekken/materiaal/arbeidsgereedschap, etc.)
  • Ventilatie en verluchting

Het is uitermate belangrijk dat u de genomen maatregelen duidelijk kenbaar maakt zowel aan uw personeel alsook aan éénieder die uw bedrijf betreedt. Voorzie ook in een intern sanctiebeleid zodat er kan opgetreden worden tegen diegene die de maatregelen niet naleven.

 

  1. Telewerk is verplicht bij alle ondernemingen voor alle personeelsleden tenzij dit onmogelijk is omwille van de aard van de functie of de continuïteit van de bedrijfsvoering, de activiteiten of de dienstverlening. Denk daarbij bv. aan productiearbeiders of winkelbedienden.
  • Als telewerk niet mogelijk is, dan zal er streng gecontroleerd worden op het behoud van de 1,5 meter afstand tussen elke persoon. Het is dus uitermate belangrijk dat wanneer meerdere personen hun bureel in één ruimte hebben er minstens 1,5 meter ruimte is tussen beide personen.
  • U bent verplicht een attest van telewerk te voorzien dat de noodzaak van aanwezigheid op de werkplaats bevestigt.

Boetes wegens het niet naleven van telewerk gaan van 200 tot 4.000 EUR per inbreuk x het aantal werknemers waarvoor de inbreuk werd vastgesteld. Indien bv. 10 werknemers in overtreding zijn met de verplichting tot telewerk, dan kan de boete oplopen tot 40.000 EUR.

 

  1. Registerplicht voor de werkgever of gebruiker(!) bij tijdelijke arbeid

Alle werkgevers of gebruikers die voor het uitvoeren van werkzaamheden tijdelijk een beroep doen op werknemers of zelfstandigen die in het buitenland verblijven of wonen, moeten vanaf 12/1/2021 een register bijhouden met:

 

  • De identificatiegegevens van die personen (naam, voornaam, geboortedata en RSZ-nummer)
  • Hun verblijfplaats gedurende hun werkzaamheid in België
  • Telefoonnummer waarop ze gecontacteerd kunnen worden
  • Informatie over de personen waarmee ze hier in België samenwerken

Werkt u dus met een buitenlandse onderaannemer en/of doet u beroep op personeel uit het buitenland, dan dient u een dergelijk register bij te houden.

 

Het register moet bijgehouden worden vanaf de dag van de start van de werkzaamheden tot 14 dagen na het einde ervan.

 

Deze verplichting tot registratie geldt niet voor grensarbeiders of wanneer het verblijf van de in het buitenland verblijvende of wonende werknemer of zelfstandige in België minder dan 48 uur duurt.

 

Dit register moet kunnen worden voorgelegd aan de sociale inspectiediensten.

 

  1. De werkgever of gebruiker moet het Passagier Lokalisatie Formulier (PLF) controleren

Indien de in het buitenland wonende of verblijvende werknemer/zelfstandige verplicht is om een PLF in te vullen, dan moet de werkgever of gebruiker controleren vóór aanvang van de werkzaamheden of het PLF effectief werd ingevuld. Indien dat niet het geval is, dan moet de werkgever of gebruiker erover waken dat dit in orde wordt gebracht voordat de werkzaamheden bij hem worden aangevat.

 

Communiceer dus naar éénieder dat het PLF vóór aanvang van de arbeid moet overgemaakt worden bij gebreke waarvan het werk niet kan worden gestart.

 

  1. Negatieve coronatest en quarantaine

Op de arbeidsplaats kunnen de preventieadviseurs-arbeidsartsen en de sociale inspectiediensten aan alle betrokkenen vragen om bewijs te leveren dat zij deze verplichtingen naleven, bv. door het voorleggen van een negatief testresultaat in de situaties waar dat verplicht is. Iemand die bijvoorbeeld meer dan 48 uur in een rode zone heeft verbleven, dient een quarantaineperiode na te leven die pas beëindigd kan worden indien men op de zevende dag een negatieve coronatest aflegt.

 

Men kan op deze manier dus wel degelijk controleren of de quarantaineregels door de werknemer worden nageleefd.

 

Het is aan de werkgever om binnen de onderneming een transparant systeem op te zetten waarin duidelijk gecommuniceerd wordt naar de werknemers dat éénieder verplicht is om de quarantaineregels na te leven.

 

De vraag is natuurlijk in welke mate een werkgever op de hoogte kan zijn van het reisgedrag van de werknemer. Dit situeert zich immers in de privésfeer.

 

Dit neemt echter niet weg dat het aangeraden is dat de werkgever in ieder geval het personeel goed informeert over de quarantaineregels en dat er desgevallend een sanctiesysteem wordt opgezet ingeval van inbreuken.