A-lex

E-mails als bewijs voor ontslag om dringende reden.

Gepost op 03/12/2019

Het Arbeidshof in Brussel moest zich uitspreken over een zaak waarbij een werkgever het bewijs van het ontslag om dringende reden staafde met een e-mail uit de persoonlijke mailbox van de werknemer.

 

In de concrete situatie had een werknemer via haar e-mailadres van het werk vertrouwelijke gegevens doorgestuurd naar een concurrent. Het bewijs hiervan kon de werkgever enkel en alleen aan de hand van de bewuste e-mail leveren.

 

In eerste instantie heeft het Arbeidshof geoordeeld dat de privacy van de werknemer door de werkgever geschonden was door zich zonder haar toestemming toegang tot de mailbox te verschaffen.

 

De hamvraag in deze was of de schending van de privacy voldoende was om de e-mails buiten beschouwing te laten, waardoor de dringende reden niet bewezen zou worden.

 

Om deze vraag te beantwoorden heeft het Arbeidshof zich laten inspireren door de Antigoon-rechtspraak van het Hof van Cassatie. In strafzaken is het zo dat het aan de rechter toekomt om het onrechtmatig verkregen bewijs te beoordelen. Hierbij moet de rechter rekening houden met de elementen van de zaak in haar geheel genomen, de wijze waarop het bewijs werd verkregen en de omstandigheden waarin de onrechtmatigheid werd begaan. Er is altijd discussie over geweest of deze rechtspraak ook buiten het strafrecht kon gebruikt worden.

 

Het arbeidshof in Brussel heeft geoordeeld dat deze rechtspraak dus ook in sociaalrechtelijke zaken kan  gebruikt worden. Ze komt tot de vaststelling dat de wijze waarop het bewijs werd verkregen de betrouwbaarheid van de e-mails niet aantast. De werkgever heeft niets meer gedaan dan enkel berichten verzameld, zonder slinkse maneuvers aan te wenden om deze te verkrijgen.

Ook het recht op een eerlijk proces is niet aangetast aangezien de werknemer kennis van de documenten kan nemen en de mogelijkheid heeft zich hierover te verdedigen.

 

Het Arbeidshof maakt dus een afweging of de ernst van de inbreuk (onrechtmatig verzamelen van e-mails uit de postbus van de werknemer) opweegt tegenover de ernst van de inbreuk die aan de basis ligt van de dringende reden.

 

Hier werd geoordeeld dat de ernst van de feiten die aan de oorsprong van de dringende reden liggen zwaarder wegen dan de inbreuk van de werkgever. Het is de werkgever dan ook toegelaten de onrechtmatige e-mails te gebruiken om het ontslag om dringende reden te bewijzen.

 

Conclusie

Een werkgever mag niet zonder de toestemming van de werknemer in de professionele mailbox van zijn werknemer kijken, maar als de feiten die daar aangetroffen worden zo ernstig zijn kunnen deze mails wel gebruikt worden om de dringende reden te bewijzen.

 

Uiteraard zal altijd geval per geval de afweging gemaakt moeten worden of de feiten wel ernstig genoeg zijn om de e-mails toe te laten.

 

Bovendien is het steeds aangewezen om daaromtrent een policy op te stellen binnen de onderneming.

 

Arbh. Brussel 8 februari 2019, www.juridat.be