A-lex

Aandacht vereist bij de uitwerking van toekomstige gesplitste aankopen

Gepost op 26/10/2018

Het is reeds enkele maanden geleden dat de Raad van State het VLABEL-standpunt nr. 15004 met betrekking tot de fiscale gevolgen van gesplitste aankopen en gesplitste inschrijvingen heeft vernietigd (RvS 12 juni 2018, nr. 241.761). Enkele dagen daarna heeft VLABEL op haar website meegedeeld, dat zij het betrokken standpunt in de toekomst niet meer zou toepassen. Maar dan volgt plots de grote leegte. Wat betekent dit nu concreet voor toekomstige planningen?

 

Wat is een gesplitste aankoop nu alweer?

 

Volgens artikel 2.7.1.0.7 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit worden goederen, die door de erflater voor het vruchtgebruik en door zijn erfgenamen voor de blote eigendom ten bezwarende titel (bv. aankoop) worden verworven, onder omstandigheden geacht door de erflater voor de volle eigendom aan de erfgenamen te zijn gelegateerd en overeenkomstig met erfbelasting belast. Deze bepaling is een quasi kopie van het (vroegere) artikel 9 van het (federale) Wetboek van Successierechten, dat evenwel momenteel nog van toepassing is in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en in het Waals Gewest. Middels deze bepaling wou de wetgever destijds vermijden dat goederen naar de volgende generatie zouden transfereren zonder hierover getaxeerd te worden door deze voor de blote eigendom in te schrijven op naam van de erfgenamen, terwijl de prijs volledig door de erflater werd betaald.

 

De toepassing van artikel 2.7.1.0.7 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit en het artikel 9 van het Wetboek van Successierechten kan echter vermeden worden, als door de erfgenamen kan bewezen worden dat er geen sprake is van een ‘bedekte bevoordeling’ en zij over de nodige financiële middelen beschikken om de blote eigendom aan te kopen. 

 

In de loop der jaren is hieruit een veelgebruikte estate planningstechniek ontstaan, waarbij het vruchtgebruik van een onroerend goed door de ouders werd aangekocht en de blote eigendom door de kinderen. De kinderen beschikten hierbij zelf veelal niet over de nodige financiële middelen, zodanig dat deze voorafgaandelijk aan de aankoop werden geschonken door de ouders. 

 

Hoe denkt de belastingadministratie daarover?

 

Deze techniek werd onder voorwaarden ook aanvaard door de belastingadministratie, met dien verstande dat de schenking volgens deze laatste moest gebeuren vooraleer de verkoopcompromis werd ondertekend en niet voor het verlijden van de notariële verkoopakte (Beslissing 10 juli 2002, E.E./98.937). De schenking zelf hoefde niet noodzakelijk geregistreerd te worden, maar bij gebrek aan registratie en overeenkomstige betaling van schenkingsrechten kon in voorkomend geval hierover nog successierechten verschuldigd zijn op basis van artikel 7 van het Wetboek van Successierechten (het huidige artikel 2.7.1.0.5 Vlaamse Codex Fiscaliteit).

 

Deze beslissing werd in de praktijk op heel wat kritiek onthaald, gezien het veelal zo is dat belanghebbenden pas hun financiering gaan zoeken, nadat ze de verkoopcompromis hebben ondertekend. Destijds werd de federale minister van financiën hierover ondervraagd, maar deze zag geen graten in het strenge standpunt van de belastingadministratie (Vraag nr. 1143 van de heer Van Biesen, 14 februari 2006, Vr. en Antw.Kamer, 2005-06, nr. 112, p. 21.162).

 

Uiteindelijk ging de federale belastingadministratie overstag en in haar beslissing d.d. 13 december 2007 aanvaardde zij uiteindelijk dat de gelden dienden geschonken te zijn op het ogenblik dat de kinderen hun aandeel in de aankoopprijs dienden te betalen, zijnde meestal datum van het verlijden van de notariële akte (Beslissing 13 december 2007, Rec.gén.enr.not.nr. 25.936-25.938).

 

In 2012 komt de planningstechniek opnieuw in het vizier van de (federale) belastingadministratie. In een eerste fase beslist zij nog dat de techniek als fiscaal misbruik zal worden beschouwd (Circulaire 8/2012 d.d. 19 juli 2012). Amper een jaar later trekt de belastingadministratie deze stelling alweer in en uiteindelijk werpt zij op dat vanaf 1 september 2013 de oorspronkelijke bedoeling van de wetgever zal hersteld worden en de voorafgaande schenking nog slechts in aanmerking zal worden genomen, in zoverre deze (i) niet specifiek bestemd is de aankoopverrichting te financieren of (ii) hierover schenkingsrechten betaald worden (Beslissing 18 juli 2013, RJ S9/06-07).

 

In 2015 neemt VLABEL, die sinds 1 januari van datzelfde jaar de inning van de schenk- en erfbelasting voor het Vlaams Gewest heeft overgenomen, het standpunt van de federale belastingadministratie over en gaat dit de volgende jaren verder gaan uitwerken (standpunt 15004). Uiteindelijk wordt het standpunt 15004 per 12 juni 2018 door de Raad van State vernietigd.

 

Wat nu?

 

Behoudens het feit dat VLABEL op haar website heeft meegedeeld geen toepassing meer te zullen maken van het vernietigde standpunt, zwijgt de regionale belastingdienst in alle talen over hoe het nu verder moet.

 

Niettegenstaande het analoge federale standpunt vanuit een strikt juridisch standpunt overeind blijft in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Waals Gewest, heeft de federale minister van financiën in het kader van een parlementaire vraag op 19 september 2018 geantwoord dat in het licht van het betrokken arrest ook het federale standpunt zal worden herzien: bij een gesplitste aankoop zal artikel 9 van het Wetboek van Successierechten niet toegepast worden indien de voorafgaande schenking een vaste datum krijgt voor de aankoop van de blote eigendom (CRIV 54 COM 962, 4). Maar wat betekent dit nu in de praktijk? Kan de schenking nu weer tussen aankoopcompromis en notariële akte of dient deze schenking de hele aankoopverrichting vooraf te gaan? En bovendien, gaat VLABEL hetzelfde standpunt innemen?

 

Uit het antwoord van de minister van financiën van 19 september zou kunnen afgeleid worden, dat de schenking opnieuw de hele aankoopverrichting dient vooraf te gaan. De minister verwijst immers naar de ‘aankoop van de blote eigendom’, waarbij dient beklemtoond te worden dat een koopovereenkomst als consensueel contract in principe gesloten is op datum van de compromis. Dat de eigendomsoverdracht later bij de notariële akte plaatsvindt of de prijs pas later dient betaald te worden, doet hieraan geen enkele afbreuk. Het blijft echter allemaal vrij vaag.

 

Bij gebrek administratieve duidelijkheid dient noodzakelijkerwijs beroep te worden gedaan op het vernietigingsarrest van de Raad van State zelf. In het arrest kan immers het volgende gelezen worden: “Eén van de door de administratie aanvaarde bewijzen bestond erin dat de verkrijger van de blote eigendom bewijst dat hij op het ogenblik van de verkrijging over de nodige fondsen beschikte door middel van een schenking en deze geschonken middelen aanwendde voor de betaling van zijn aandeel in de prijs. Het was daarbij zonder belang of het een notariële schenking dan wel een schenking uit de hand betrof. Het tarief en de datum van de registratie van deze schenking waren irrelevant voor het leveren van het tegenbewijs. Wel van belang is dat de begiftigde, aankoper van de blote eigendom, bewijst dat hij op het ogenblik van de verkrijging over de nodige fondsen beschikte wat erop neer komt dat bewezen dient te worden dat op het ogenblik van de aankoop de fondsen reeds geschonken waren (Vr. en Antw. Kamer2005-2006, 14 februari 2006, 21162)” (eigen onderlijning).

 

De Raad van State wekt daarmee de indruk zich op dezelfde lijn te plaatsen als de minister van financiën in 2006, zonder evenwel te oordelen dat dit de enige manier is om het tegenbewijs te leveren. Het recente standpunt van de federale minister van financiën van 19 september jongstleden druist daar ook niet tegen in. Uit hetgeen hoger wordt uiteengezet, mag evenwel blijken dat het toenmalig standpunt van de minister van financiën een stap achteruit betekent in vergelijking met de ingetrokken beslissing van 13 december 2007, maar evenwel een herademing ten aanzien van het vernietigde standpunt 15004. Echter, bij gebrek aan administratieve duidelijkheid vormt het arrest voorlopig het enige duidelijke aanknopingspunt voor toekomstige gesplitste aankopen, zowel in Vlaanderen als daarbuiten. Veiligheidshalve is het dan ook voorlopig aangewezen om bij een toekomstige gesplitste aankoop de schenking voorafgaandelijk aan de verkoopcompromis vaste datum te laten verkrijgen en niet te speculeren op een schenking tussen de compromis en de notariële verkoopakte.