Iedereen klaar voor de DAC 6-Richtlijn? 

Verplichte aangifte grensoverschrijdende constructies vanaf 1 juli 2020

Tax & Corporate  •  13/05/2020  •  Justine Bouckaert

Vanaf 1 juli 2020 moeten ‘intermediairs’ (en in subsidiaire orde, belastingplichtigen) aangifte doen van agressieve grensoverschrijdende ‘constructies’. Deze aangifteverplichting is een omzetting in de Belgische wetgeving van de DAC 6-Richtlijn (of Directive Administrative Cooperation 6). Daarenboven geldt er een overgangsperiode voor constructies waarvan de eerste stap reeds geïmplementeerd is tussen 25 juni 2018 en 1 juli 2020. Melding moet hiervan gebeuren uiterlijk 31 augustus 2020.

 

De bedoeling van de reglementering is voornamelijk (a) de overheid van in de beginfase te informeren omtrent eventueel agressieve planningen; en (b) tegelijkertijd de belastingplichtige te ontmoedigen om dergelijke planningen te implementeren. 

 

Wat wordt er geviseerd? 

 

De aangifteverplichting geldt voor grensoverschrijdende fiscale constructies die minstens één van de wezenskenmerken (‘hallmarks’) zoals opgenomen in artikel 326/2 WIB bezitten: 

 

  • Het begrip ‘constructie’ kent hierbij geen nadere definiëring waardoor dit in de praktijk vrij ruim omschreven wordt. Een actieve betrokkenheid van de partijen wordt evenwel vereist.

    Een onderscheid wordt vervolgens gemaakt tussen:
  1. marktklare constructies (welke geen wezenlijke aanpassingen vereisen en eigenlijk ‘kant en klaar’ zijn). Hiervoor geldt een specifieke driemaandelijkse rapportering; en
  2. constructies op maat (de restcategorie) waarbij een fiscale spitsvondigheid voor handen is.
  • Belangrijk is evenwel dat deze constructies ‘grensoverschrijdend’ zijn, in die zin dat zij meer dan één lidstaat of een lidstaat en een derde land betreffen. Dit grensoverschrijdend karakter wordt beoordeeld op basis van de deelnemers of de constructie zelf. 

    Bv., een schenking voor een Nederlandse notaris waarbij zowel de schenker als de begiftigde Belgisch rijksinwoner zijn, is niet grensoverschrijdend en dus niet onderworpen aan de aangifteverplichting. 
     
  • De grensoverschrijdende constructie omvat daarenboven minstens één van de in artikel 326/2 WIB opgesomde wezenskenmerken, welke een sterke aanwijzing voor belastingontwijking of -misbruik vormen. De wezenskenmerken worden ingedeeld in 5 categorieën. Noteer dat deze wezenskenmerken (vrijwel opzettelijk) ruim zijn omschreven. 

    Het gaat dan bv. om het feit dat bij een constructie de vergoeding van de ‘intermediair’ bepaald wordt afhankelijk van het bedrag aan belastingvoordeel dat de betrokken constructie oplevert (zgn. categorie A.2) of een constructie waarbij bepaalde inkomsten worden omgezet in niet of minder belaste inkomsten (zgn. categorie B.2). 

    Een volledig overzicht vindt u terug in artikel 326/2 WIB.

    Daarenboven dienen de wezenskenmerken opgenomen in categorie A, B en bepaalde van C eveneens gepaard te gaan met de voldoening van de ‘main benefit test’, i.e. het belangrijkste voordeel of één van de belangrijkste voordelen omvat het verkrijgen van een belastingvoordeel. ​​​​​​

Wie wordt er geviseerd?

 

De aangifteverplichting rust in eerste instantie op de ‘intermediairs’ gelinkt aan één van de lidstaten (als fiscaal inwoner, of hebbende een vaste inrichting in een lidstaat,…). Pas in tweede instantie (in de mate de aangifte niet door een intermediair kan worden verricht, bv. omwille van zijn beroepsgeheim) rust de aangifteverplichting op de ‘relevante belastingplichtige’. 

 

De groep ‘intermediairs’ wordt hierbij opnieuw ruim omschreven. Het gaat om elke persoon (natuurlijke - of rechtspersoon) die op enige wijze betrokken is bij het bedenken, opzetten, aanbieden, beschikbaar maken voor implementatie of het implementeren van grensoverschrijdende constructies. Zo zullen in principe fiscale advocaten, belastingconsulenten, bankiers, vermogensbeheerders, notarissen, accountants,… onder deze reglementering vallen. 

 

Een zekere mate van actief optreden wordt evenwel vereist (bv. het louter verstrekken van een second opinion – zonder enige toevoeging, aanwijzing of suggestie – is onvoldoende).

 

Indien er verschillende tussenpersonen zijn, dan valt de verplichting in eerste instantie op elk van hen. 

 

Binnen welke termijn moet de melding gebeuren?

 

De melding aan de fiscus moet gebeuren binnen de 30 dagen te rekenen vanaf:

 

  • de dag nadat de constructie voor implementatie beschikbaar is gesteld; of 
  • de dag nadat de constructie gereed is voor implementatie; of 
  • het ogenblik dat de eerste stap in de implementatie is gezet; 

afhankelijk van wat het eerst plaatsvindt. 

 

Concreet, van zodra alles is opgezet om de constructie te kunnen implementeren, lijkt het startschot voor aangifte ook gegeven te zijn. 

 

Conclusie

 

De implementatie en uitwerking van de DAC 6-Richtlijn zal ook in België de nodige omzichtigheid vragen van fiscalisten, boekhouders, vermogensplanners en dergelijke meer. Telkenmale zal bovenstaande oefening moeten worden gemaakt en desgevallend moeten worden gerapporteerd. 

 

Het gebrek aan aangifte of het onvolledig aangeven van een fiscale grensoverschrijdende constructie zal gepaard gaan met boetes oplopend tot 100.000,00 EUR. 

 

Uiteraard kan A.Lex u hierin verder bijstaan, want een gewaarschuwd man is er twee waard! 

DEEL DIT BERICHT: